Europa zal het volledige verbod op nieuwe voertuigen met verbrandingsmotor uitstellen en in plaats daarvan kiezen voor een compromis dat de voortzetting van de verkoop van hybride auto’s na 2035 mogelijk maakt. De Europese Commissie kondigde de verschuiving aan na druk van autofabrikanten, die betoogden dat de adoptie van elektrische voertuigen (EV) trager verliep dan verwacht en dat de oplaadinfrastructuur ontoereikend blijft.
De verschuiving in het beleid
De vorige verordening had tot doel te verplichten dat alle nieuwe lichte voertuigen die na 2035 worden verkocht, geen CO2-uitstoot zouden produceren. Volgens het herziene voorstel kunnen autofabrikanten doorgaan met de verkoop van voertuigen met interne verbrandingsmotor (ICE), inclusief hybrides, zolang de emissiedoelstellingen voor het hele wagenpark worden gehaald. Er zullen nog steeds financiële boetes van toepassing zijn als fabrikanten deze limieten overschrijden. De Commissie betoogt dat het compenseren van de uitstoot door middel van synthetische brandstoffen, ‘groen staal’ en het stimuleren van in de EU geproduceerde kleine elektrische auto’s de transportsector op koers zal houden naar koolstofneutraliteit in 2050.
Waarom dit belangrijk is
Deze beleidsomkering is belangrijk omdat deze de reële uitdagingen van de transitie naar elektrische voertuigen weerspiegelt. Hoewel de verkopen van elektrische voertuigen stijgen, blijven ze nog steeds achter bij de adoptie van hybride auto’s, die met 34,6% van de verkoop van nieuwe auto’s in de EU eind 2023 sterk blijft. De vertraging erkent dat de infrastructuur en het consumentenvertrouwen nog niet volledig in lijn zijn met een volledig ICE-verbod. Critici beweren echter dat dit compromis de klimaatdoelstellingen en het concurrentievoordeel van Europa op de mondiale EV-markt ondermijnt.
Reacties uit de sector
Autofabrikanten hebben met gemengde reacties gereageerd. Volkswagen prees de pragmatische aanpak, terwijl Stellantis de veranderingen bekritiseerde als onvoldoende, vooral voor lichte bedrijfsvoertuigen. Ford had eerder gelobbyd voor het opnemen van hybrides in de doelstelling voor 2035, nadat het verliezen op de verkoop van elektrische voertuigen had gemeld. Polestar-CEO Michael Lohscheller had scherpe kritiek op de terugweg en waarschuwde dat dit de afhankelijkheid van verouderde technologie zou vergroten en de positie van Europa in de elektrificatierace zou verzwakken.
Mondiale context
Het besluit van de EU staat in contrast met strengere regelgeving elders. Australië heeft bijvoorbeeld zijn eigen New Vehicle Emissions Standard (NVES) geïmplementeerd, maar ontbeert een vastomlijnde doelstelling van nul-emissie in 2035. De ACT is de enige Australische jurisdictie met een dergelijke wet. Het uitstel van de EU duidt op een voorzichtigere aanpak bij het koolstofvrij maken van de automobielsector, waarbij voorrang wordt gegeven aan de economische realiteit boven directe milieudoelstellingen.
De herziene regelgeving zal in 2026 aan het Europees Parlement worden gepresenteerd. De Commissie hoopt op een snel akkoord om stabiliteit voor de industrie te bieden. De veranderingen onderstrepen de complexe wisselwerking tussen klimaatbeleid, economische druk en technologische haalbaarheid in de automobielsector.





















